FacebookTwitterFeed

Dierenwelzijn in het Keurmerk

Keurmerkbordje 2013 miniIn het keurmerk voor kinderboerderijen is een hoofdstuk gewijd aan dieren en dierenwelzijn. Vergeleken met de eerdere versie van het keurmerk zijn daar een aantal criteria aan toegevoegd. Hiertoe is besloten, omdat dit zaken zijn die van een goed functionerende kinderboerderij verwacht mogen worden. In dit artikel wordt besproken op welke wijze dierenwelzijn invulling krijgt binnen het keurmerk.

Vakbekwaam beheerder
Het dierenwelzijn begint niet pas in hoofdstuk 4 over dieren en dierenwelzijn. Criterium 2.2 (over personeel en arbo) vereist dat de kinderboerderij wordt beheerd door een vakbekwaam beheerder. Een goed dierenwelzijn begint namelijk al met de aanwezigheid van voldoende kennis en kunde over de gehouden diersoorten. Ook uit onderzoek is gebleken dat een verminderd dierenwelzijn (en gezondheid) voor een groot deel wordt veroorzaakt door onvoldoende kennis en ervaring van de gehouden diersoort(en). Een vakbekwaam beheerder is iemand die een beroepsopleiding op het gebied van dierverzorging heeft gevolgd en/ of door veel ervaring voldoende kennis heeft opgedaan en dit aantoonbaar kan maken.

De wet en dieren
De Wet Dieren heeft betrekking op de gezondheid en het welzijn van gehouden dieren. Het is een kaderwet. Dit betekent dat dit een raamwerk is welke wordt ingevuld door diverse regelingen. Deze wet gaat uit van het ‘nee, tenzij-principe’. Dit betekent dat iets verboden is, tenzij de wetgever dit toestaat. Zo staat er bijvoorbeeld in dat het verboden is om ingrepen uit te voeren bij dieren, tenzij de wetgever dit wel toestaat. In het ingrepenbesluit is beschreven welke ingrepen wel zijn toegestaan bij dieren en onder welke omstandigheden dit mag.

In het keurmerk zijn diverse criteria omschreven die direct betrekking hebben op de regels uit de Wet Dieren. Veel van deze regels, waaronder de huisvesting, hebben met name betrekking op de houderij van productiedieren. In de praktijk blijkt dat het grootste deel van de kinderboerderijen prima voldoet aan de eisen die worden gesteld. Voorbeelden zijn: dieren moeten de juiste voeding krijgen passend bij de diersoort; altijd beschikken over vers drinkwater; beschikking hebben over een schuilgelegenheid en op de juiste wijze zijn geïdentificeerd en geregistreerd.

Naast de eisen op het gebied van kennis, kunde en wetgeving zijn er ook enkele criteria in het keurmerk toegevoegd die geen wettelijke basis hebben, maar wel van een goede kinderboerderij verwacht mogen worden.

Criteria uit het Keurmerk

Vertonen soorteigen gedrag
Door een dier in staat te stellen zijn soorteigen gedrag te vertonen, wordt bijgedragen aan een goed dierenwelzijn. Dit betekent bijvoorbeeld dat sociale dieren met minimaal één soortgenoot contact moeten kunnen hebben. Soms is dit lastig of niet mogelijk, omdat vooral mannelijke dieren (zoals bokken, schapenrammen, konijnenrammen) vaak niet samen gehouden kunnen worden en het onwenselijk is om ze constant bij de vrouwelijke dieren te plaatsen.

Daarnaast moeten dieren kunnen beschikken over een verblijf dat is aangepast aan hun behoeftes, zoals de mogelijkheid om te zandbaden voor kippen of in de grond te wroeten voor varkens. Verder kan hierbij gedacht worden aan het aanbieden van verrijking voor dieren, zoals het geven van takken of het verstrekken van voedsel in voerballen of ‘slowfeeders’ voor ruwvoer, zodat het dier veel tijd besteed aan het verkrijgen van zijn voer, net als het dier zal moeten doen onder natuurlijke omstandigheden.

scharrelen
Deze kippen zijn aan het scharrelen

Educatief doel voor exotische diersoort
Met exotische dieren wordt bedoeld: niet-gangbare kinderboerderijdieren, zoals wallabies, lama’s, eekhoorns, papegaaien of reptielen. Exotische dieren vereisen specifieke kennis van de diersoort.

Kinderboerderijen die ervoor kiezen om exoten te houden, moeten kunnen aangeven waarom zij deze dieren houden en welke waarde zij vertegenwoordigen voor het publiek. Daarnaast moeten zij aantoonbaar kennis van deze diersoort hebben, bijvoorbeeld door te zijn aangesloten bij een liefhebbersvereniging, het volgen van cursussen of zich aantoonbaar goed te hebben verdiept in de diersoort. Daarnaast is het belangrijk dat zij beschikken over of bekend zijn met een dierenarts die kennis heeft van deze diersoort.

Afzonderen van publiek
Op kinderboerderijen is het direct contact tussen mens en dier belangrijk. Dit contact moet op een verantwoorde manier plaatsvinden, zodat het voor zowel bezoeker als dier een leuke ervaring is. Bezoekers moeten worden begeleid in de wijze waarop zij met dieren omgaan. Zo moet er voldoende toezicht zijn en aangegeven worden welke regels er gelden bij de omgang met dieren. De dieren moeten ook altijd de mogelijkheid hebben zich te kunnen afzonderen op een plaats zonder publiek.

Knuffelweide

Achter het hekje mogen de bezoekers niet komen

Fokbeleid
Het fokbeleid is opgenomen in de criteria, om de kinderboerderij de mogelijkheid bieden om te beschrijven en na te denken over de redenen waarom zij fokken, met welke dieren, onder welke voorwaarden en de afzetmogelijkheden van jonge dieren. Dit heeft tot doel dat de kinderboerderij haar fokbeleid inzichtelijk kan maken en kan uitleggen. Het laatste kan van belang zijn voor vragen vanuit het publiek.

Het keurmerk geeft aan wat beschreven moet worden, maar stelt daarbij verder géén inhoudelijke eisen aan het fokbeleid. De kinderboerderij geeft dus zelf invulling aan haar fokbeleid (als er gefokt wordt met dieren). 

inloggen

© 2017 - Vereniging Samenwerkende Kinderboerderijen Nederland
Brancheorganisatie voor kinderboerderijen